DO 26-10 BEZORGRONDE ROOSENDAAL, BERGEN OP ZOOM, HOOGERHEIDE, KRUININGEN, MIDDELBURG, GOES, VLiSSINGEN

ZA 28-10 BEZORGRONDE BREDA, MOERDIJK, DORDRECHT e.o., RIDDERKERK, R'DAM, SCHIEDAM, DELFT, SCHIPLUIDEN, MAASDIJK, MAASSLUIS, VLAARDINGEN, HOOGVLIET, SPIJKENISSE, HELLEVOETSLUIS

ZA 28-10 BEZORGRONDE RUCPHEN, R'DAAL, ESSEN, BOZ, HALSTEREN, STEENBERGEN, HEIJNINGEN, ZEVENBERGEN, OUDENBOSCH, ETTEN-LEUR

BARF

BARF? Kun je dit eten?

BARF is de afkorting voor “Bones and Raw Food” of “Biologically Appropriate Raw Food”. Het is een kreet die begin jaren ‘90 min of meer gelanceerd is door de Australische dierenarts Ian Billinghurst, schrijver van onder andere het boek “Give Your Dog a Bone”. In Nederland gebruikt men de term BARF voor het zelf samenstellen van rauwe, verse voeding voor de hond. Mensen die BARF voeren, noemen zichzelf veelal “barfers”. En barfers voeren hun honden met geschikte rauwe vleesbotten, rauw vlees, rauw orgaanvlees, gepureerde groentes, eventueel gezonde tafelrestjes en extra’s.

 Langzaam zien we weer een (groeiend) aantal mensen terug gaan naar het zelf samenstellen van het voer. En dat is ook wel logisch, want het zelf samenstellen heeft ook een aantal voordelen. Allereerst beleeft de hond een ongekend groot plezier aan het eten van rauwe vleesbotjes, grote stukken vers vlees en lappen pens. Doordat de hond zijn tanden en kiezen goed moet gebruiken, blijven deze automatisch schoon. De ontlasting die de hond produceert stinkt niet en het zijn keurige kleine stevige hoopjes. Daarnaast bevat rauwe verse voeding van nature veel goed opneembare vitamines en mineralen en bevat het bovendien enzymen en goede bacteriën, die met koken of bewerken verloren gaan. Dus wanneer er op de juiste, verantwoorde wijze voer wordt samengesteld, is deze manier van voeren zeer gezond. Maar bovenal vinden de barfers het gewoon hartstikke leuk om zelf het eten van de hond te maken en precies te weten wat hun hond eet!

En iedereen kan het leren, het zelf samenstellen. Je moet wel weten wat je doet, wat je moet geven, waarom je het moet geven en hoe je het moet geven, maar je hoeft geen raketgeleerde te zijn om het te kunnen leren.

Zelfsamengestelde voeding volgens de BARF methode bestaat uit 40 a 50% vleesbotten, 20 a 25% spiervlees, 15% a 20% orgaanvlees (inclusief pens), 5% a 15% rauwe gepureerde groentes en de rest vis, zuivel, gezonde tafelrestjes en eventueel voedingssupplementen. Deze percentages hoef je niet iedere dag aan je hond te geven. Want bij BARF is het niet 'verplicht'dat je iedere dag een complete maaltijd voorschotelt. Een wolf eet niet iedere dag compleet, een hond hoeft ook niet iedere dag compleet te eten. Wat belangrijk is, is dat de hond gedurende een of twee weken alle hierboven beschreven voedingsmiddelen in deze percentages binnen krijgt. Bij het zelf samenstellen is het wel belangrijk dat er voldoende afgewisseld wordt met vlees en diersoorten. Om alle vitamines en mineralen binnen te krijgen, is afwisseling essentieel en is het de bedoeling dat je tenminste 4 verschillende diersoorten aan je hond voert. Je moet daarbij denken aan bijvoorbeeld een combinatie van kip, rund, lam, eend en vis. Meer diersoorten mag wel, minder is af te raden. Alle vlees en diersoorten bevatten andere vitamines en mineralen en door een goede afwisseling aan te bieden, ben je verzekerd dat je hond van alles voldoende binnen krijgt. Let wel:het is ook de bedoeling dat de hond minimaal van 3 verschillende diersoorten vleesbot als calciumbron aangeboden krijgt. 

Geschikte rauwe vleesbotten 

Als we praten over geschikte rauwe vleesbotten, dan moet je daarbij denken aan kippennekken en eendennekken voor de beginnende BARF hond. Daarna kunnen ook kippenvleugels, kippenkarkassen, parelhoenkarkassen, konijnkarkassen, eendkarkassen etc. gegeven worden. Dat zijn de vleesbotten van de zogenaamde ‘kleinere prooidieren’. Veel mensen schrikken wanneer ze lezen dat barfers hun honden kippenbotjes geven. We hebben immers geleerd dat deze botjes scherp zijn, splinteren en het spijsverteringskanaal beschadigen. Dit is een misvatting. Kippenbotjes zijn ongekookt juist zacht en flexibel en worden goed verteerd. Gekookt zijn ze inderdaad gevaarlijk. Als de vleesbotjes van kleine dieren goed verteerd worden, dan kunnen vleesbotten zoals lamsnekken, geitenribben en kalfswervels gegeven worden. De vleesbotten van de zogenaamde ‘grotere prooidieren’. Bouw het eten van botten langzaam op want de hond moet de gelegenheid krijgen om er aan te wennen.

Bij het eten van vleesbotten moeten de volgende punten in acht worden genomen:

  • Allereerst worden er nooit gekookte botten gegeven! Gekookte botten veranderen van structuur, ze worden hard en gaan splinteren. Gekookte botten kunnen het gebit beschadigen, het spijsverteringskanaal beschadigen en bovendien verteerd gekookt bot heel slecht.
  • Voer nooit vleesbotten tegelijkertijd met brokjes of blikvoeding. Door de koolhydraten die in brokjes en blikvoeding zitten, wordt het maagzuur minder zuur. En vleesbot heeft juist zuur maagzuur nodig om het bot goed te kunnen verteren.
  • Voer geen kale botten (zonder vlees), zeker niet zonder daar een flink portie spiervlees of pens bij te geven.
  • Voer geen botten van dragende delen zoals enkels en knieen en poten van ‘grote prooidieren’. Deze botten zijn echt te hard. Dragende delen van ‘kleine prooidieren’ kunnen wel weer aan de gevorderde barf-hond gegeven worden.
  • Tenslotte, voer geen botten van grote oudere dieren. Deze zijn te hard, de botten verteren slecht en ze zijn derhalve ongeschikt. Er worden dus wel lamsbotten gevoerd maar geen schapenbotten. En wel kalfsbotten maar geen runderbotten. Runderribben worden nog wel gegeven als knaagbot.

Spiervlees
Spiervlees is het vlees dat voor beweging van het dier heeft gezorgd. Kopvlees valt ook onder spiervlees. Maar ook stukken vlees die de slager ongeschikt vindt voor menselijke consumptie omdat er veel zenen of pezen in zitten: dat vlees is uitstekend geschikt voor de hond.

Orgaanvlees
Orgaanvlees noemen we bij het zelf samenstellen al het vlees dat niet wordt gebruikt voor het voorbewegen van het lichaam en dus geen spiervlees is. Voorbeelden zijn hart, lever, nier, pens, hersenen, milt, etc. Een hond heeft een combinatie van diverse soorten orgaanvlees nodig. Dus voer niet alleen hart of alleen lever of alleen pens, maar voer gedurende de week zowel hart als lever als pens.

Groente
Een hond is zelf niet in staat de celwanden van planten af te breken. En dus moeten we de celwanden kapot maken. Dit doen we door de groente rauw te pureren of door de groente te koken. De hond is beslist in staat om voedingsstoffen uit gepureerde of gekookte groente te halen en een klein percentage groente verhoogd de gezondheid. Het levert vetzuren, vitamines en mineralen, sporenelementen en chlorofyl. Voor meer informatie kunt u kijken op de groente en fruit pagina.

Vis
Een hond is er bij gebaat om voedingsmiddelen binnen te krijgen die rijk zijn aan omega 3 vetzuren. De beste leverancier van omega 3 vetzuur is vette vis zoals zalm, makreel, sardientjes, haring, forel. Als de hond het lust, dan is een keer per week vette vis op het menu beslist aan te bevelen.

Gezonde tafelrestjes en extra’s
Gezonde tafelrestjes mogen in kleine hoeveelheden aan de hond worden gegeven. Extraatjes zoals een paar rauwe eitjes per week, een schepje zuivel en rauwe nootjes of zaadjes (geen macademia’s, deze zijn giftig voor de hond!) zijn prima om in kleine hoeveelheden aan de hond te geven. Hij haalt daar weer extra voedingsstoffen uit. Onder gezonde tafelrestjes verstaan we bijvoorbeeld een restje groente of stukjes vlees. Denk er aan dat er niet te veel kruiden op mogen zitten (vooral hete kruiden) en dat je de groente wel even fijn maakt.

Voedingssupplementen
Het wel of niet geven van voedingssupplementen hangt af van de situatie en de individuele hond. Zo kan een hond die geen vette vis lust baadt hebben bij visolie capsules. En zo kan aan een hond met een verminderde weerstand tijdelijk vitamine C gegeven worden. Maar hier zijn geen strikte wetten en regels voor. In principe bevat een goed afwisselend menu voldoende vitamine en mineralen en is het geven van voedingssupplementen niet noodzakelijk.

Let op!
Geef geen rauw varkensvlees aan de hond. Er is een (een zeer geringe) kans dat een hond besmet raakt met de ziekte van Aujeszky,  Deze ziekte is absoluut dodelijk voor de hond en er is geen genezing mogelijk.

Wanneer je de voorgeschreven percentages voert, wanneer je een uitgebreid pakket geeft van verschillende vleesbot, vlees, orgaanvleessoorten en groentesoorten voert: dan kan er gewoon niets mis gaan! En blijft je hond uitermate energiek en gezond.

Een grote angst die mensen hebben voor het zelf samenstellen van voeding is de calcium/fosfor verhouding. Maar dat is nou het mooie van het voeren van rauwe vleesbotten. Rauwe vleesbotten bevatten van nature de juiste calcium/fosfor verhouding. Zoals de natuur het bedoeld heeft. En zelfs wanneer je een grote hoeveelheid vleesbot zou voeren, zal de hond een teveel aan calcium (en dat geldt ook voor pups) eenvoudigweg uitscheiden via de ontlasting. Dat in tegenstelling tot alle andere onnatuurlijke calciumleveranciers.

Wanneer mensen zelf voeding voor de hond willen gaan maken doen ze er verstandig aan eerst wat boeken over het onderwerp te lezen of zich op het Internet te gaan verdiepen in het onderwerp BARF (op Internet is een schat aan informatie te vinden). Dit artikel alleen is niet voldoende om de overstap te maken. Ook moet de hond voorzichtig overgeschakeld worden van een steriele commerciële voeding naar BARF. En deze overschakeling moet met beleid uitgevoerd worden, want een hond die een levenlang steriele voeding heeft gegeten is niet in staat om direct allerlei vleesbotten te verteren. 

Alle informatie over het voeren van BARF kunt u o.a. vinden op het gratis Internet forum: www.barfplaats.nl
U kunt er leren hoe u op verantwoorde wijze over kunt stappen naar zelf samengestelde voeding en u kunt er al uw vragen stellen. Veel hondeneigenaren, fokkers en dierenartsen gingen u voor.

© Door: Lizzy Plat-Coelers, beheerster van www.barfplaats.nl. Toestemming is gegeven.